Met de komst van internet en mobiele telefonie is de hype ontstaan om afkortingen of alternatieve spellingen te verzinnen voor bepaalde woorden. Vooral jongeren hebben zich dat gebruik eigen gemaakt en het is best moeilijk om op school of op het werk vervolgens correct Nederlands te gebruiken. Een overzichtje van de meest gemaakte taalfouten.

‘Hun’

Een klassiek voorbeeld is het gebruik van het bezittelijk voornaamwoord ‘hun’. ‘Hun hebben…’ is fout. Het is uiteraard ‘zij hebben’. Als je ‘hun’ gebruikt in een zin zoals ‘het is hun schuld’, is het wel correct.

Dt-fouten

Een veelgemaakte fout, die door mensen van alle leeftijden wordt gemaakt. ‘Ik word’ is met een ‘d’ en niet met ‘dt’. Datzelfde geldt natuurlijk ook voor ‘ik vind’. Het is echter ‘je vindt’, maar ‘vind je’. Het is belangrijk om je in de dt-regel te verdiepen om fouten te voorkomen.

Koppelteken

Voor samenstellingen van woorden geldt een redelijk eenvoudige regel. Je schrijft een woord aan elkaar als het een samenstelling is. Het is dus ‘bloempot’ en niet ‘bloem-pot’. Maar als een klinker kan zorgen voor problemen met de uitspraak, kun je een koppelteken toevoegen. Hierbij gaat het om woorden zoals ‘live-uitzending’ of ‘camouflage-uitrusting’.

Congruentiefout

Dit soort fouten wordt ook ontzettend veel gemaakt. Het is echter niet ‘de man en de vrouw is blij’, maar ‘de man en de vrouw zijn blij’. Het zijn immers twee personen en daarom is het werkwoord in deze zin ‘zijn’ en niet ‘is’.