Er zijn veel verschillende soorten talen wereldwijd, maar tot welke groep behoort het Nederlands als standaardtaal? En waarom is het eenvoudiger om bepaalde talen te leren, terwijl andere veel tijd en moeite kosten? Het antwoord daarop vind je op deze pagina!

Germaanse talen

Veel Nederlanders die vlakbij de Duitse grens wonen, spreken een aardig mondje Duits. Dat is voor hen geen enorme opgave, want de meeste dialecten lijken behoorlijk veel op het Duits. Maar ook de Nederlandse taal zelf lijkt meer op Duits dan op bijvoorbeeld Spaans. Dit komt doordat zowel het Nederlands als het Duits tot de taalfamilie Germaanse talen behoren, net als het Fries, Engels, Zweeds, Deens, Noors, IJslands en Zuid-Afrikaans. Daarom zijn deze talen relatief eenvoudig om te leren voor een Nederlander en minder voor iemand die een taal spreekt uit een andere taalgroep. Uiteraard speelt je vermogen om talen te leren ook mee.

Taalpatronen

Taalpatronen (gevonden op ru.nl)

Romaanse talen

Een andere taalfamilie, die in Europa wijd verspreid is, is die van de Romaanse talen. De talen die tot deze taalfamilie behoren zijn het Frans, Spaans, Portugees, Italiaans en Roemeens. Deze talen klinken nogal romantisch en chique. Hoewel je in de meeste landen ook terecht kunt met Engels, is het verstandig een woordenboekje mee te nemen met veelgebruikte woorden en uitspraken. Inwoners stellen het op prijs als je probeert hun taal te spreken.

Fins, Estisch, Hongaars

Deze Europese talen vormen een uitzondering. Ze hebben een eigen taalfamilie, genaamd het Finoegrisch. De Finoegrische talen zijn moeilijker om te leren dan de Romaanse talen of de talen die behoren tot onze taalfamilie, de Germaanse talen.