Nederland is een ingewikkelde taal voor mensen die uit het buitenland komen. Toch zijn er ook woorden die de gemiddelde toerist in ons land wel kan verstaan. Dit komt doordat andere landen en volkeren het voor het zeggen hadden op verschillende momenten in de geschiedenis. Welke woorden hebben wij overgenomen van o.a. de Fransen en Duitsers?

Engelse leenwoorden

Uiteraard is de invloed van de Engelse taal momenteel het grootst in Nederland. Dankzij de media spreken zelfs veel jonge kinderen al een aardig mondje Engels. De meeste mensen kijken niet raar op als je een Engels woord zoals ‘babysitten’ of ‘basketballen’ gebruikt. Het klinkt immers normaal en je zou bijna vergeten dat het geen Nederlands woord is. Andere veelgebruikte leenwoorden zijn ‘e-mailen’, ‘weekend’ en ‘picknicken’.

Franse leenwoorden

De helft van onze zuiderburen is Franstalig en tijdens de Franse overheersing spraken ook veel Nederlanders de ‘taal van de liefde’. Tegenwoordig zijn er nog veel woorden over, die wij nog steeds gebruiken. ‘Affaire’, ‘horloge’ en zelfs ‘douche’ zijn populaire woorden, die we regelmatig hanteren in een gesprek. Het zijn meestal woorden die erg chique klinken.

Duitse leenwoorden

Vooral Nederlanders die vlakbij de Duitse grens wonen, kijken niet vreemd op als iemand tegen hen zegt dat iets ‘überhaupt’ geen zin heeft, of dat ze ‘sowieso’ ergens van uitgaan. Een ander populair woord dat typisch Duits klinkt, is ‘fingerspitzengefühl’ en is menigmaal verkozen tot favoriete Duitse woord in de Nederlandse taal.